Carola, Jacqueline en ik zijn net terug van een lang Pinksterweekend kamperen op Texel als we besluiten ons alle drie in te schrijven voor de Dodentocht in Bornem, 100 km stappen in 24 uur, een enorme uitdaging! Uiteraard gaan we dan ook kamperen op de DoTo-camping, want volgens Carola maakt dat het extra leuk! Zij kan het weten: ze heeft al 4x eerder de DoTo gelopen; Jacqueline en in zijn newbies!
Het kamperen op Texel is me goed bevallen en ik gooi in de ‘groep’ dat ik overweeg om voorafgaand aan de DoTo nog wat dagen te gaan kamperen in Duitsland/Luxemburg/België, want daar liggen nog wat bijzondere geocaches die ik graag wil doen. In 5 minuten is besloten dat we dat gezamenlijk gaan doen: het leven kan zo simpel zijn!
In de weken voorafgaand aan deze vakantie stippelen we de route uit, bespreken we wie wat meeneemt op vakantie en is er al voorpret!
En dan is het vrijdag 4 augustus: ik werk vandaag thuis, zodat ik nog wat laatste wasjes kan draaien en tussendoor mijn tassen in kan pakken. Iets over 19.00 uur belt Carola aan en een uurtje later arriveert ook Jacqueline. Ze slapen vanavond allebei in Ooij, zodat we morgen bijtijds op pad kunnen.
We hebben een bijzondere vakantieweek waarin we heel wat grenzen verkennen en verleggen. Letterlijk, want we reizen door Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, België en Nederland. Maar ook figuurlijk: want we overwinnen ook heel wat persoonlijke grenzen. Er wordt geklommen, geklauterd en gelopen over steile en glibberige bergen en rotsen, door grotten, een vesting, een lange hangbrug en zelfs een reisje over de Rijn maakt deel uit van onze vakantie-uitstapjes! Wie had dat ooit gedacht!
Het is een hele actieve en intensieve week waarin we menigmaal, na een lange en leuke dag, ons tentje in het donker opbouwen op weer een volgende camping. Best wel moe arriveren we dan ook donderdag rond 18.00 uur op de DoTo-camping in Bornem. We melden ons aan, krijgen een armband om waarmee we toegang krijgen tot het campingterrein en worden naar een plek gewezen op het camperveld. Gelukkig mag ons tentje naast de camper van Jacqueline staan, wel zo gezellig. En, óók heel fijn, lekker dicht bij het toilet- en douchegebouw mét de warme douches. Want diezelfde avond merk ik nog dat de douchewagens op het terrein koud water geven en dus besluit ik daar geen gebruik meer van te maken de volgende dagen.
Op de camping staan weer vele bekenden en het is een leuk weerzien met iedereen. Als we ons tentje hebben opgezet en de camper ook weer staat, trekken we samen met Jos het centrum van Bornem in om wat te eten bij ’t Land van Bornem. We mogen nog net aanschuiven, de keuken staat al op het punt van sluiten. De maaltijd verloopt een beetje chaotisch doordat Jos, na een telefoontje van Erik, plotseling de tafel verlaat om zijn broer op de camping op te gaan halen. Zou hij nog terugkomen? Vast wel, hij laat zijn telefoon en fotocamera liggen. Als Jos net weg is, wordt de soep geserveerd. Dat wordt straks koude soep eten voor hem. Het personeel wil een halfuurtje later het hoofdgerecht al gaan opdienen want de keuken is eigenlijk al gesloten, maar Jos is nog steeds niet terug. We vragen hen nog een kwartiertje te wachten. Net als we aangegeven hebben dat het hoofdgerecht wel gebracht mag worden, het is immers al half 10 en ik rammel intussen van de honger want ik heb geen voorgerecht op, komt Jos terug met zijn broer Robert. Jos krijgt het voor elkaar om voor zijn broer toch nog wat frietjes en een frikandel te bestellen bij de keuken, meer zit er echt niet in. En een nagerecht bestellen zit er voor ons allemaal niet meer in, zelfs geen kopje koffie.
Op de camping schuiven we nog even aan bij het feest dat daar in volle gang is. Maar niet al te veel later ga ik als eerste naar de tent. Ik ben moe! Ik stap dus nog onder een koude douche, want na ons avontuur in de grotten vandaag zit het stof tot in mijn haren. Niet echt lekker, dus het wordt een hele snelle douche.
D-Day!
Vandaag slapen we alle drie lekker uit en ontbijten we op ons gemak voordat we ook maar iets ondernemen. Hoewel, écht iets ondernemen doen we vandaag eigenlijk niet, het wordt een hele luie dag in voorbereiding op de activiteit die nog komen gaat. Ik neem na het ontbijt alsnog een wárme douche en daarna maken we een kort rondje over de camping. Begin van de middag gaan we met de auto richting het centrum. Waarom een kilometer lopen als het nu nog met de auto kan?
We schuiven aan op het terras bij ’t Land van Bornem waar alweer vele wandelvrienden zitten en begroeten iedereen. Carola, Jacqueline en ik besluiten daar verder te gaan waar we gisteren gebleven zijn: we bestellen een nagerecht! Een heerlijke dame blanche.
Als we die op hebben, blijkt de rij voor het ophalen van de startspullen nagenoeg weg te zijn en sluiten we dus aan. We ontvangen onze scanbadge en een fluoriserend bandje dat we om mogen doen en waarmee we op de rustposten eten en drinken kunnen verkrijgen.
Daarna doen we nog wat inkopen bij de Aldi: wat eten en drinken voor onderweg en wat ontbijtspullen voor zondag. En dan gaan we weer terug naar de camping. Uitrusten, relaxen, weinig doen, zelfs niks doen, wachten, nog meer wachten, een pastamaaltijd eten, nog weer even liggen in de tent, spullen klaarleggen, omkleden, tas inpakken, schoenen aan. Kortom, de tijd ‘doden’.
De zenuwen beginnen Jacqueline parten te spelen en om kwart voor 8 is ze er dan ook al helemaal klaar voor. Carola en ik nog niet, we gaan het liefste zo laat mogelijk naar de start om zo kort mogelijk op onze benen te hoeven staan. Jacqueline drentelt, de zenuwen worden nog erger en ze zegt: “Ik wil eigenlijk wel naar de start”. En dus zeggen we dat ze alvast mag gaan als ze dat wilt. En dat doet ze. En tot onze binnenkomst in Bornem zullen we haar ook niet meer zien, want Jacqueline loopt in een mooi snel tempo en blijft telkens op ons voor.

Om half 9 gaan ook Carola en ik naar de start. We treffen nog wat bekenden van Carola en nemen plaats op de vorken van een vorkheftruck die de straat blokkeert tegen mogelijke rare activiteiten. Om kwart voor 9 worden we gevraagd aan te sluiten bij de start en dat doen we dan maar. Er volgt een tassencontrole wat de boel nogal ophoudt, maar alles voor het goede doel!
De start zelf verloopt best chaotisch, het is een drukte van belang. Wat wil je ook met zo’n 13.000 deelnemers. Om 9 uur luiden de kerkklokken en die zullen niet meer stoppen tot wij om 6 over half 10 vertrokken zijn. Bijna een uur later dus dan we aansloten voor de start. Maar… we zijn op weg! Schuifelend, voetje voor voetje, lopen we door de straten van Bornem. Er staat veel publiek om ons aan te moedigen en ik krijg een beetje het vierdaagsegevoel. We lopen eerst een lusje waarna we na zo’n 14 km weer terug zijn in Bornem. Daarna begint de échte grote lus pas. Er is in de avond en de nacht nog veel publiek langs de kant die vaak hun eigen feestje vieren en tegelijkertijd de lopers aanmoedigen en een hart onder de riem steken.
Bij de rustposten onderweg worden we telkens ook gescand, zodat ook de supporters thuis ons kunnen volgen. De scanposten zijn op vastgestelde tijden open en voor de sluitingstijd moet je dus gescand zijn.
Gelukkig blijkt dat eigenlijk alle posten wel wat marge inbouwen en vaak pas een halfuurtje later sluiten. Dat is ook wel nodig, want door onze late start en het geschuifel in het begin lopen Carola en ik inmiddels in de achterhoede. Ach, dat zijn we wel gewend, we voelen ons er vooralsnog prima.
Bij bijna alle rustposten hebben we daardoor ook een zitplaats, hoeven we niet lang te wachten voor we naar het toilet kunnen en is er nog steeds voldoende voorraad van alles. Behalve dan van cola, dat is overal al op waar we komen en dus zijn we veroordeeld tot het vele water dat ons aangeboden wordt en de sapjes die we zelf gelukkig bij ons hebben.

En gelukkig zijn we ook niet helemaal afhankelijk van de rustposten van de organisatie, want wij verkeren in de luxe positie dat we Carla en Eric kennen die ook dit jaar weer voor vele wandelbekenden hun ‘Oase’ opzetten waar we heerlijk kunnen bijkomen, voorzien worden van een natje en een droogje, een opbeurende woord, een warme deken en een nog warmer gevoel!
En ze worden bijgestaan door Liana die onze tassen vervoert waardoor we bij iedere Oase-rust wat bagage kunnen wisselen. Bij de eerste rust wissel ik meteen van jas, want het is veel te warm voor de jas die ik bij me heb. Zelfs ondanks de regen die vanaf een uur of 5 in de ochtend soms behoorlijk hard uit de hemel valt. Maar een poncho doet zijn werk en gelukkig droog je ook snel genoeg weer op. Het blijft de hele dag een beetje ‘jasje aan, jasje uit’-weer door de frisse wind die er soms staat, de regen die dan weer valt of de zon die vervolgens fel gaat schijnen.
Al bij een kilometer of 20 voel ik mijn voeten héél erg goed, oeps, dat is wel snel! Nog 80 kilometer te gaan met pijnlijke voeten, dat wordt afzien. En ook mijn rechterknie geeft problemen, ook veel te snel. Gelukkig staat er bij elke Oase-rust een fles Schrobbeler op tafel, meegebracht door Eelko. En Schrobbeler heeft al eerder zijn nut bewezen, dus ik laat het me bij elke rust even goed smaken.
Het lopen in de nacht gaat me deze keer beter af dan in maart bij de Waterpoortloop. Toen heb ik 15 km met een enorme slaapdip gewandeld, wat ik echt zwaar vond. Nu heb ik een lichte slaapdip die gelukkig ook veel minder lang aanhoudt. Het rusten vandaag heeft dus wellicht toch een gunstig effect voor mij. Carola daarentegen heeft er juist meer last van en stilletjes lopen we kilometer na kilometer naast elkaar, soms tientallen meters voor en achter elkaar, maar telkens bij elkaar in de buurt. De ene keer loop ik wat sneller, de andere keer zij. Het gaat zonder al te veel moeite om op elkaar te letten, we zijn qua lopen inmiddels wel aan elkaar gewend.
Ondanks het donker kan ik genieten van de route, de dorpjes rijgen zich aaneen en tussendoor mooie en veelal rustige paden waarover gewandeld wordt. Helaas ook soms paden met keien of kasseien en op één van die keienpaadjes voel ik dat ik blaren aan het ontwikkelen ben en lopen ze ineens vol. Nog 5 km naar de Oase, daar kan ik sokken wisselen en de boel inspecteren.
En helaas is dat niet het enige waar ik last van heb. Vanaf een kilometer of 45 krijg ik ook weer last van hartkloppingen. Het kan in mijn geval geen kwaad, ik weet het, maar het is zo’n irritant gevoel en het kost enorm veel energie om met een verhoogde hartslag te wandelen. De enige manier om mijn hartslag onder controle te houden is diep inademen, veel zuchten, soms het tempo wat terugschroeven en nog meer rusten. Ik baal dat mijn lichaam niet wil wat mijn hoofd wil, wat ik zelf wil. En in mijn hoofd ontwikkelt zich een doemscenario: hoe ga ik nog zo’n 55 km stappen (zoals de Vlamingen wandelen noemen) met deze klachten en het vooruitzicht dat ik dus meer tijd nodig heb om binnen te komen dan ik zou willen. Ga ik dit dan nog wel op tijd redden? Kan ik dit Carola aandoen? Zie ik dit zelf wel zitten? Is dit wel een ‘legitieme reden’ om te stoppen? Ik vind zelf eigenlijk van niet, ik wil niet opgeven, maar de knop in mijn hoofd krijg ik moeilijk om. Ik besluit om vooralsnog even niets tegen Carola te zeggen over mijn hartkloppingen, ik vind het lastig om dit aan te geven. Wel vertel ik haar dat ik het zwaar heb en al een paar keer ben ‘doodgegaan’.

Maar als we een kilometer of 10 verder zijn, ‘biecht’ ik toch maar op waar ik last van heb en waarom ik het lastig vind om dat te vertellen. Alle begrip van haar kant en dat geeft zoveel opluchting dat de knop in mijn hoofd voor minstens de helft omgaat! Als Liana dan ook nog op Facebook meldt dat alle Walkers nog steeds in de strijd zijn en dat dat uniek is, weet ik helemaal dat ik niet de Walker wil zijn die alsnog de strijd staakt. Ik ga ervoor, ook al weet ik dat ik deze tocht nog wel een paar keer ‘dood zal gaan’.
En hoewel ook Carola het niet makkelijk heeft, blijft ze mij motiveren om stap voor stap door te gaan. We rusten bij iedere rustpost en nog wel wat vaker ook. Soms zijn we lekker in gesprek en soms lopen we ieder onze eigen race met muziek in onze oren. Onderweg krijg ik ook veel lieve appjes en smsjes, juist op de momenten dat ik ze goed kan gebruiken. Het is net of mensen het aanvoelen.
Kortom, de kilometers gaan langzaam maar gestaag onder onze voeten door en als we dan op 83 km zijn beland, durf ik ook eindelijk iets op Facebook te zetten. Die laatste 17 km gaan toch ook gewoon lukken? Ze zijn wel loodzwaar, écht loodzwaar. Maar ik ben al verder dan ik ooit gelopen heb en dat gevoel maakt me ook wel weer trots. En dan… is daar eindelijk de dijk. De dijk die ons weer terugbrengt naar Bornem, daar waar de finish is. Het is nog 9 kilometer en we delen hem op in 3 stukken van 3 kilometer. Na het eerste stuk van 3 kilometer is de laatste scanpost en daarna is het écht aftellen: iedere kilometer staat er een bord. Van 5, naar 4, naar 3, naar 2, naar 1 en de finish!
Het besef begint te komen dat ik hem écht uit ga lopen en van kilometer 5 naar kilometer 3 loop ik huilend over het parcours. Voor en achter mij strompelen mensen, soms ondersteund door anderen. Ik loop zo slecht nog niet, al gaat het dan in een slakkentempo.
Na het bord van 3 kilometer gaan we weer even zitten en bereiden we ons voor op de laatste 3 loodzware kilometers. Als we omhoog kijken, zien we dat er een enorme donkere lucht op ons afkomt: ach, dat kan er ook nog wel bij. We gaan weer op pad en ik moet op mijn lip bijten om niet weer de tranen te laten vloeien. Maar als dan de hemelsluizen opengaan en de regen met bakken uit de lucht komt, drogen mijn tranen als sneeuw voor de zon op. En dan is daar eindelijk de muur van de camping en kijk ik of ik bekenden zie staan. En dan ineens: “Carola, Aike…. Ik kom naar jullie toe!”. Het is Jacqueline die al 2 uur geleden is gefinisht. Ze komt op haar sokken naar ons toe gerend. Nou ja… echt rennen kun je het niet noemen, want ook zij heeft natuurlijk 100 km onder haar voetzolen door voelen gaan. Ik krijg een brok in mijn keel die ik maar weer snel wegslik en als ze ons bereikt heeft, feliciteren we elkaar. En dan zien we steeds meer bekenden die we kunnen feliciteren. Onder luid applaus van het publiek dat nog langs de kant staat, lopen we de laatste kilometer naar de finish.
Om 21.26 uur finishen we, precies 23 uur en 50 minuten na onze startscan. We zijn niet eens de allerlaatsten, na ons finishen nog 26 mensen en de allerlaatsten om 21.48 uur.
De Dodentocht is volbracht! Wie had dat gedacht? Ik niet! Niet toen ik me in juni inschreef, niet toen ik vlak voor de vakantie weer meer last had van de artrose in mijn rug, niet na zo’n actieve en intensieve week en zéker niet toen ik aan het stappen was in dat Vlaamse land. Het was echt zwaar, echt afzien, echt een paar keer doodgaan. Maar toch volbracht! Dat stemmetje in mijn hoofd heeft het niet kunnen winnen van mij! Ik weet niet of ik dat had kunnen zeggen als Carola niet naast me had gelopen en heel stellig erin was dat we samen over de finish zouden gaan. Ik zal het ook nooit weten, want gelukkig liep ze wél naast me en zijn we samen die finish over gegaan!
Na het afmelden zijn we op het terras beland bij Jens om een drankje te doen. En dan… die laatste kilometer terug naar de camping is het langst van allemaal. Maar tegelijkertijd ook het lichtst: in het besef dat we het gewoon gedaan hebben, dat die 100 km volbracht zijn en we niets meer hoeven dan straks op onze stretchers te ploffen.
Maar eerst nog even douchen: al zittend op een plastic stoel laat ik het warme water van de campingdouche mijn spieren warmen en al het zweet en de extreme moeheid glijden van mij af. Ik voel me weer een beetje mens en tevreden en trots ga ik slapen!
The day after!
Na een goede nachtrust worden we wakker van alle geluiden op de camping. Langzaamaan is iedereen zijn boeltje aan het pakken om weer huiswaarts te keren en ook wij maken een begin. We doen het rustig aan, want de spiertjes zijn nog wat stijf, maar het kost me toch minder moeite dan ik had verwacht. En dan is de tijd gekomen om afscheid te nemen: Jacqueline gaat richting Groningen en Carola en ik rijden richting Ooij waar ook Carola haar auto staat. Het was een geweldige vakantie waarin we veel mooie dingen beleefd hebben!
We gaan op weg en na een uurtje rijden, maken wij een tussenstop in de buurt van Corsendonck waar we bij een ijsboerderij heerlijk in de tuin in het zonnetje een ijsje eten. Carola vertelde me gisteren onderweg dat ik als beloning voor het uitstappen een enorme sorbet verdiende, maar we houden het toch maar bescheiden bij 3 bolletjes.
En dan het laatste uurtje naar huis, de boel uitpakken, nog een hapje eten en dan gaat ook Carola weer richting Twente. Het zit erop, de vakantie is nu écht voorbij!
Op maandag heb ik nog behoorlijk last van mijn voeten: de tenen zijn dik en opgezwollen, gevoelig door de vele blaren en mijn teennagels weten niet zeker of ze los of vast willen blijven zitten.
Mijn rechterknie is behoorlijk instabiel omdat deze overbelast is en de spieren even geen zin hebben om aan het werk te zijn (en aangezien ik geen kruisbanden meer heb door een ski-ongeluk, zorgen mijn spieren normaal voor de stabiliteit in de knieën). En ik ben gewoon moe, in mijn hele lijf! Niet alleen het lopen, maar ook de actieve vakantie hebben heel wat energie gevergd.
Op dinsdag ga ik lekker een paar uur naar de sauna en dat doet goed, ik voel me al een stuk beter.
Op woensdag, vandaag dus, besluit ik nog een extra dagje thuis te blijven om mijn lijf nog wat rust te gunnen. Mijn voeten zijn weer pijnloos, mijn knie alweer een stuk stabieler. Vandaag kan ik dus weer een blokje om lopen om een beetje energie te krijgen. Het herstel gaat dus gelukkig ook voorspoedig en het lijkt alweer bijna alsof er nooit iets is gebeurd.
Maar dat is er wel: ik heb ‘gewoon’ 100 km weggestapt! Ik kan het nog steeds niet geloven en ben ongelooflijk trots op mezelf! Zojuist heb ik met veel genoegen de badge van Bornem op mijn heuptas genaaid, een mooi aandenken aan een bijzondere tocht!
Rest mij nog om Carla, Eric en Liana enorm te bedanken voor hun liefdevolle en fijne verzorging tijdens deze tocht. Niets is jullie teveel en mede dankzij jullie hebben alle Walkers dit jaar de tocht succesvol volbracht. Een mooie beloning voor jullie harde werken!
En last but not least: Carola! Ze weet inmiddels wel hoezeer ik haar waardeer. Ze stimuleert me, motiveert me, accepteert me, geeft me alle ruimte en zucht nooit als ik wat minder gezellig ben. Wat is het fijn om zo’n vriendin te hebben en 100 km naast haar weg te mogen stappen! Dank je wel!







Mooi verslag! In een adem uitgelezen. Wat een doorzetter ben jij! Petje af!!
BeantwoordenVerwijderenWat een vreselijk mooi verslag... Je mag zeker wel trots op jezelf zijn !!
BeantwoordenVerwijderenDank je wel Mar, jij ook proficiat met deze prachtige prestatie. We hebben het gewoon gedaan!!
VerwijderenEindelijk je verslag gelezen, ik blijf het klasse van je vinden. Zeker dat je der zaterdag derna gewoon 25km heb weg gestapt. Wees trots op je zelf
BeantwoordenVerwijderen