Dodentocht
2019.... what happened?
Op vrijdag
vertrekken Carola en ik net na de middag richting Bornem. De navigatie geeft
aan dat we rond kwart over 3 zullen arriveren. Normaal is het 2 uur rijden,
drukte op de wegen dus. We besluiten bij aankomst eerst naar de markt te gaan
om ons in te schrijven, gadgets te scoren, daarna richting de slaapzaal te gaan
om een plekje te bemachtigen en vervolgens naar de camping om onze bagage in te
leveren bij Elly en een hapje te eten bij de scouting.
Eenmaal in
Bornem is het even zoeken naar een parkeerplaats en vooral naar de juiste
aanrijroute, want veel wegen zijn al afgesloten. Het inschrijven gaat vlotjes,
nog geen 5 minuten later staan we alweer buiten, gelabeld met een oranje bandje
dat ons toegang verschaft tot de rustposten van de Dodentocht. Na ook nog een
leuke pet gescoord te hebben, lopen we voorbij 't Land van Bornem en daar zit
Jos op het terras die ons roept. Ik maak kennis met Teus en met z'n vieren
drinken we een drankje. Na 3 kwartier gaan Carola en ik toch weer verder met
onze 'planning'.
Dat valt nog
niet mee, want van de slaapzaal hebben we geen bevestiging ontvangen en in het
dorp staat het ook niet duidelijk aangegeven waar we moeten zijn. Het is flink
zoeken, maar uiteindelijk komen we toch waar we zijn moeten. We melden ons aan
en moeten € 10,- per nacht betalen, ook voor de nacht die we hier niet zijn
omdat we op het parcours lopen. En we kunnen alleen contant betalen. Oeps…. Ik
grabbel in mijn portemonnee en vind nog € 30,-. Carola past het laatste tientje
bij en dan kunnen we onze spullen uitladen en de bedjes opmaken. We maken
vervolgens de bagagetas in orde en gaan lopend naar de camping. Daar treffen we
Elly, Louise en Jacqueline al aan bij het eten. Wij gaan ook een bordje spaghetti
halen en schuiven aan. En wederom… ook hier kan niet gepind worden en met nog
meer gegrabbel kan ik nog eens € 20,- bij elkaar sprokkelen. Ik had juist
gezorgd voor kleingeld voor onderweg, maar dat is nu toch wel een heel eind op.
Straks maar even pinnen.
De
pastamaaltijd smaakt prima en vult goed. Vervolgens zorgen we ervoor dat onze
tassen in de auto van Elly komen en dan gaan wij weer richting de slaapzaal om
nog even uit te rusten voor de start. We zoeken nog naar een pinautomaat, maar
daarvoor moeten we echt in het centrum zijn en daar hebben we geen zin in. Ik
hoop dus maar dat we onderweg voldoende eten en drinken krijgen en niets hoeven
te kopen. Gelukkig is er ook nog de Oase!Terug in de slaapzaal gaan we allebei even liggen. Ik val nog in slaap, Carola niet. Gelukkig maar, want ik heb geen wekker gezet. Om 10 over half 9 word ik wakker uit een diepe slaap en de slaapzaal is alweer grotendeels leeg. Maar toch zijn er nog genoeg wandelaars die ook nog richting de start gaan. We pakken onze spullen en gaan op pad. Het is 3 minuten lopen, dat is dus ideaal. En dan bedenk ik me dat ik mijn vestje voor de nacht vergeten ben. Ik twijfel of het nodig is, want het is zulk benauwd weer. Maar toch ga ik even terug naar de slaapzaal. En maar goed ook, want ’s nachts waait het soms behoorlijk hard en blijkt dat vestje wel nodig!
We gaan door de bagagecontrole, ontvangen een mooie pin ter ere van de 50ste editie en net voor 9 uur arriveren we in het startvak. Het is er zo druk, dat we niet zien waar de start precies heen leidt, maar als om 9 uur een hard applaus klinkt, komt de massa vanzelf en beweging en bewegen wij mee. Het gaat best vlotjes, nog geen 10 minuten later zijn we gestart.
Het eerste stuk is vanzelfsprekend druk en voetje voor voetje bewegen. Maar omdat de start in 2 groepen is opgedeeld ervaar ik het wel als veel minder druk dan 2 jaar geleden. De ene groep maakt een lusje rechtsom om Bornem en de andere groep linksom om Bornem. Wij blijken linksom te gaan. En dat blijkt geen verkeerde keuze, want als even later de groepen weer samenkomen, komt de ‘rechtse’ groep van een zandpad af. Aangezien we die vandaag nog genoeg gaan krijgen, vind ik het niet erg dat wij op asfalt liepen.
Daar waar de groepen samenkomen, wordt het uiteraard weer een stuk drukker en in je eigen tempo lopen is dus lastig. Als we dan ook nog alle 13.000 over een heel smal fietspad moeten, staakt de stoet en staan we zeker een kwartier stil voor we weer verder kunnen. Dat is niet zo handig van de organisatie: zo vroeg aan het begin al zo’n smal pad. De menigte is dan nog niet verspreid genoeg om over zo’n pad te leiden.
Als we
eenmaal Bornem uit zijn, kunnen we al veel beter ons eigen tempo lopen en vanaf
dan gaan we van post naar post. Op de 2e rustpost bij
FrieslandCampina krijgen we chocomel en een heerlijk rijstevlaaitje. Ik hoor
later van anderen dat deze heel zwaar viel en voor klachten zorgde, maar ik heb
daar gelukkig geen last van. En daar ben ik extra blij om, want al 1,5 week is
mijn maag van streek en komt veel van wat ik eet er ook net zo hard weer uit.
Ik hoopte vurig dat mijn maag zich tijdens de DoTo goed houdt en dat is
gelukkig ook gebeurd.
Bij deze
rust zitten we inmiddels op 16 km en dat is voor mij (met artrose in mijn
SI-gewricht) best ver om in 1 keer te lopen. Maar het ging eigenlijk best
gemakkelijk, en na een korte rust van nog geen 10 minuten lopen we weer verder
met het voornemen bij de Oase op 21 km langer te rusten.
Ook de
volgende kilometers gaan prima voorbij en het ontvangst bij de Oase is weer
allerhartelijkst. Een kopje thee, een speculaasje en een iets langere rust doen
goed. Jammer genoeg zit ik wel op een bankje in plaats van op een stoel met
rugleuning waardoor mijn rug niet kan ontspannen. De eerste ibuprofen zit dan
ook al achter mijn kiezen. En gedurende de rest van de tocht volgen er nog 5
van die pillen om mijn rug soepel te houden.
Buiten dat
gaat het lopen heel goed en ook tussen de oren gaat het verbazend goed. Ik heb
wel al de hele tijd het gevoel onder mijn voet dat mijn sok ‘dubbel zit’, maar
hoe ik ook trek aan mijn sok, dat gevoel blijft. Ik voel inmiddels een blaar op
mijn hak, maar dat zijn bijna altijd blaren die een pijn veroorzaken waar ik
wel doorheen kan lopen. So far, so good.
Op het stuk
tussen 30 en 35 km heb ik het even zwaar, ik krijg last van een slaapdip en
loop te zwalken over het parcours. Juist op dit stuk loopt Carola een stuk voor
me uit, dus ik heb ook geen afleiding. Ik vind dit zwaar en in mijn hoofd
spookt het dat ik stop als de slaapdip na de volgende rust blijft aanhouden.
Mijn energie laat momenteel toch al te wensen over en als ik moe ben, krijg ik
een gejaagde hartslag die soms overslaat en die nog veel meer energie kost. Met
de vierdaagse heb ik daar ook 2 dagen last van gehad en dat loopt heel
onprettig. Ik verwacht dat ik daar nu ook weer last van ga krijgen als de
slaapdip aan blijft houden.
Als ik bij
de rust aankom, hoop ik dat het een binnenrust is en ik even kan gaan liggen.
Maar helaas… het is een buitenrust en nu op de koude grond gaan liggen lijkt me
niet verstandig. Ik zoek een stoel uit, gelukkig met rugleuning en de rust doet
me goed. Carola appt waar ik ben en na een kwartiertje vinden we elkaar. Als ze
dan vertelt dat zij ondraaglijke pijn in haar rug heeft en bij de volgende rust
stopt als dat niet minder wordt, gaan de radertjes in mijn hoofd meteen aan het
werk: “wat doe ik als zij stopt?”. Als mijn slaapdip aanhoudt, weet ik het
antwoord wel. Maar als mijn slaapdip weg gaat, besluit ik dat ik door ga als
Carola besluit te stoppen. Het voelt namelijk verder heel goed aan tot nog toe,
ik heb er vertrouwen in dat ik deze DoTo ga uitstappen.
De volgende
30 km lopen we samen en ik tover een hoop verhalen uit mijn hoge hoed om voor
afleiding te zorgen. We hebben lol, hebben het over serieuze en minder serieuze
dingen en de kilometers gaan ongemerkt voorbij.
En dan….
Geen idee hoe, wat en waarom, maar ineens wordt de pijn in mijn voet
ondraaglijk, op die plek waar ik de hele tijd mijn sok al ‘dubbel’ voel zitten.
Ik loop op scheermesjes, zo lijkt het. Op asfalt kan ik mijn voeten goed
neerzetten en nog tempo maken, maar op andere ondergrond kost me dat heel veel
moeite. Door deze pijn kan ik niet heen lopen en hoewel ik me altijd voorneem
om normaal te blijven lopen ondanks de pijntjes die ik voel, lukt me dat nu
totaal niet meer. Ik merk dat mijn rug extra belast wordt en weer flink pijn
gaat doen. Ik worstel heel erg met mezelf en wil stoppen en eigenlijk ook
doorgaan. Carola doet nog heel erg haar best om mij af te leiden en geeft aan
dat ook in een rustiger tempo wandelen geen probleem is. Al weet ik dat het
voor haar zwaar zal zijn om zich aan te passen aan mijn langzamere tempo.
En dan ga ik
‘rekensommetjes’ maken en neem ik beslissingen puur op basis van praktische
gronden. Een goede rust zou me goed doen weet ik en dan kan ik wel weer even
door met mijn rug. En als ik de tijd zou hebben om mijn voeten te inspecteren,
goed af te plakken en schoenen te wisselen, kan ik met mijn voeten misschien
ook nog wel door. Maar omdat wij bijna de laatste lopers zijn, is er geen tijd
voor een goede rust en tijd voor deze zorg. Het is nog 28 km en daar hebben we
6,5 uur de tijd voor, maar zoveel kilometers met deze pijn doorstappen en
telkens bij rustposten ‘opgejut’ te worden door de organisatie zie ik niet zitten.
En met inmiddels al 6 ibuprofen achter mijn kiezen, wil ik ook niet nog meer
ibuprofen innemen om de pijn verder te onderdrukken. Het kost wat traantjes,
maar ik besluit te stoppen, hoe moeilijk ik het ook vind om Carola alleen door
te laten gaan. Maar ze gaat en ze stapt dapper door en haalt zo weer menig
wandelaar in gelukkig.
Ik mag bij
Elly instappen en ga mee naar de laatste rustpost van de Oase. Daar is er
eindelijk tijd om mijn schoenen uit te doen en te inspecteren hoe mijn voeten
eruit zien. Rechts is totaal niet gehavend, daar had ik ook geen last van. Op
mijn linkerhak zit een flinke blaar, maar ook die geeft niet dusdanig last.
Onder mijn voet zit een blaar onder de huid, onder het eelt. Hij is bijna niet
te zien, maar is toch zo’n 4cm breed. Er zit vocht in, maar ik heb niks bij me
om dat nu door te prikken. Dat komt later wel. Ik wissel van shirt, even iets
fris en neem dan plaats op een bankje. Maar wederom vindt mijn rug dat niet
leuk en eigenlijk ben ik ook te moe om te blijven zitten. Gelukkig heeft Elly
een oude slaapzak en die leg ik op het gras in de schaduw. Eindelijk kan ik
liggen, mijn rug ontspant meteen. En het duurt niet lang of ik ben toch even
weg, totdat Kenneth bij de Oase aankomt en me wakker maakt. Langzaam druppelen
alle bekende wandelaars bij de Oase binnen en het is leuk om hun verhalen te
horen en ze te zien.
Nog geen 3
uur en 20 minuten nadat Carola alleen verder is gegaan, komt ook zij aanstappen
bij de Oase. Ze heeft ruim 16 km weggestapt in die tijd, ze heeft dus aardig
tempo gemaakt en niet zoveel meer gerust. Wat een bikkel! Nog zo’n 12 km te
gaan.
Als ook zij
weer op weg is, brengt Elly mij naar de sporthal zodat ik niet zo ver hoef te
lopen. Zo fijn! Nadat ik gedoucht en omgekleed ben, verzorg ik eindelijk mijn
voeten. Ik prik mijn blaren, smeer ze in en doe schone sokken aan. Als ik dan
mijn wandelschoenen aan doe, loop ik alweer een stuk beter. En dan gaat het
toch een beetje knagen…. Als….Als…. En dat gevoel wordt verder versterkt als
blijkt dat de laatste loper zelfs 1 uur en een kwartier na de eigenlijke finish
om 21.00 uur nog binnenkomt. Dan had ik dus nog 7,5 uur de tijd gehad voor 28
km en had ik dus wel tijd kunnen nemen om mijn voeten te verzorgen, en wie weet
hoe het dan verder was gegaan?
Spijt hebben
heeft geen zin, dus het is goed zo. Maar ik neem me wel voor om een volgende
keer toch te proberen minder praktisch te denken en minder rekensommetjes te
maken. En uiteraard ga ik ook kijken wat ik kan verbeteren aan mijn sokken en
steunzolen (ik vermoed dat het probleem daar ligt) om dit een volgende keer te
voorkomen.
Ik heb
Carola beloofd haar in het centrum bij de finish op te wachten, dus als zij
appt dat ze aan de laatste 5km is begonnen, ga ik beginnen aan de kilometer
naar het centrum. En die gaat me gelukkig weer goed genoeg af. In het centrum
tref ik Conny en wisselen we even verhalen uit. Ik haal een broodje hamburger,
want inmiddels heb ik best wel trek gekregen maar er is geen tijd om een
fatsoenlijke maaltijd te bestellen, want Carola vordert gestaag.
Voordat ik
dat broodje kan halen, ga ik langs de pinautomaat om mijn portemonnee bij te
vullen. Hij is helemaal leeg, want mijn allerlaatste geld heb ik in de
fooienpot van de Oase gedaan. De volgende dag merk ik dat ik mijn bankpas in de
geldautomaat heb laten zitten, ook dat nog. Gelukkig hoef ik maar 1 telefoontje
te plegen om mijn pas te blokkeren, maar toch lastig.
Ik wacht op
het 500m punt op Carola en daar komt ze dan de bocht om, samen met Otto en Lara
en Karin die vanaf de camping meeliep. Gelukkig heeft ze hen getroffen
onderweg, voel ik me iets minder schuldig. De laatste 500m wandel ik ook mee,
uiteraard zonder mijn scankaart want ik vind het niet nodig dat deze bij de
finish nog gescand wordt. Er wordt hard geklapt langs de kant en dat applaus is
geheel terecht, wat een geweldige prestatie van allemaal! 100km is en blijft
gewoon een pokke-eind!
En dan is
het enige dat je nog wilt: een stoel! We nemen met z’n vijven plaats op het
terras en drinken nog een drankje op deze monstertocht. Ruim een uur zitten we
daar, zodat we ook de laatste loper over de finish horen gaan. In een heel
langzaam tempo waarschijnlijk, want ‘You will never walk alone’ wordt 3x
opnieuw ingestart voordat zij de finish over is!
We nemen
afscheid van Karin, Otto en Lara en dan nemen Carola en ik nog wat te eten, ook
Carola heeft trek. En dan is het tijd om de laatste kilometer terug naar de
slaapzaal te overbruggen. Om ons heen zien we heel veel mensen strompelend of
ondersteund door familie hun laatste meters op weg naar huis of auto maken. Ook
aan hen is te zien dat het een monstertocht is, dat je deze op karakter uit kan
lopen, maar dat er na de finish een soort knop om gaat waardoor ‘normaal’ lopen
niet meer mogelijk is. En zo strompelen ook wij terug naar onze slaapplek.
Het is 00.00
uur als ik eindelijk in mijn bed lig. Ik slaap goed, al gaat wel heel vroeg, om
05.00 uur, het licht weer aan omdat een groep Denen de bus in moet. Ik draai me
nog een keer om en slaap weer tot 07.30 uur. Ik draai me nóg een keer om en
wordt vervolgens om 08.15 uur wakker. Carola is dan ook al wakker en verzamelt
moed om op te staan. We worden door de vrijwilligers in de sporthal vriendelijk
doch dringend verzocht aanstalten te maken om op te staan, aan te kleden en op
te ruimen. Zij zijn al druk bezig om alle veldbedden uit elkaar te halen en op
te ruimen.
Een kleine
drie kwartier later verlaten wij de sporthal en gaan we op weg naar huis. Dat
doen we met heel veel tussenstops om maar zoveel mogelijk in beweging te
blijven. We beginnen met wat stops in België om te ontbijten en wat geocaches
te zoeken en vervolgen deze met wat stops in Nederland.
Omdat we ook
willen zorgen dat we in het normale bioritme komen, genieten we tussendoor ook
nog van een goede lunch in het zonnetje op een terras in Gilze Rijen. Eenmaal
thuis maak ik nog een rijstmaaltijd klaar en na een flinke kop koffie is Carola
in staat om ook de laatste 1,5 uur naar Almelo te overbruggen. Gelukkig weer
veilig thuis!
De finish
van de Dodentocht 2019 heb ik niet gehaald, maar toch was het een heel geslaagd
weekend. Het gaat immers om de reis die je aflegt op weg naar je bestemming en
die reis was, samen met Carola, heel waardevol en daar ben ik dankbaar om!
Mooi verhaal Aike, goede beslissing genomen!
BeantwoordenVerwijderenWat heb jij veel moeten doorstaan, knap gedaan hoor! Mooi verhaal ook, ik heb het met veel belangstelling gelezen
BeantwoordenVerwijderen